|
Het is duidelijk dat de knapste koppen van Peugeot, Citroën
en Toyota bij elkaar zijn gestoken om een kleine auto te maken die
voordelig maar toch volwaardig is. Daarom staat de auto bol van de
vindingen die de productiekosten verlagen zonder in te leveren op
de kwaliteit of bruikbaarheid.
Slim
De meest opvallende vondst is de achterklep. Die bestaat niet
uit een metalen frame met daarin de achterruit. In plaats daarvan
kozen de ontwerpers voor één grote glasplaat. Het
deel dat over het metaal van de auto valt is zwartgespoten en
daarmee is de achterklep klaar. Dat kost minder materiaal, is
eenvoudiger te produceren en werkt bijna net zo goed als een
traditionele achterklep. Bijna, want de opening naar de
bagageruimte is onhandig klein.
De vijfdeursuitvoering heeft achterdeuren die overlopen in de
achterlichten. Dat bespaart een "c-stijl", maakt de bouw opnieuw
eenvoudiger en zorgt ook nog eens voor een royale instap naar
achteren. Ook het klepje van de tankdop grenst direct aan de
achterlichten waarmee opnieuw is bespaard zonder dat de klant er
nadeel van ondervindt. Heel slim allemaal!
Het grootste verschil tussen de Peugeot 107, Citroën C1 en
Toyota Aygo is het uiterlijk. De drie auto's zijn in de basis
gelijk, maar ieder merk kiest voor een eigen front en eigen
achterlichten. De Peugeot 107 is de meest charmante van het trio.
Het is nog steeds een kleine auto, maar de neus met enorme grille
geeft de 107 het chique accent dat kenmerkend is voor Peugeot.
Bovendien staat de witte kleur de testauto erg leuk.
Interieur
Binnenin zijn de verschillen tussen de Peugeot, Citroën en
Toyota nog kleiner. Alleen het logo op het stuurwiel en de
bekleding van de stoelen verschilt. Opnieuw is het ontwerp een
uitgekiende combinatie van moderne vormgeving en eenvoudige
productie. Zo zijn de snelheidsmeter en (optionele) toerenteller
aan de stuurkolom bevestigd. De vorm van het dashboard is daarmee
minder complex en bij het verstellen van het stuurwiel (alleen in
hoogte, niet in afstand tot de bestuurder) bestaat nooit het risico
dat de rand van het stuur het zicht op de klokken blokkeert.
De bediening van de kachel bestaat uit niet meer dan twee grote
hendels die tegelijk de buitenrand van de middenconsole vormen. Dat
is niet alleen effectief, maar staat bovendien erg leuk. Heel fraai
is het effect van de half doorzichtige kunststof in de
middenconsole waar bij donker de dashboardverlichting in een oranje
gloed doorheen schijnt. Ook simpel en effectief is de radio. Die
speelt geen mp3, want daar is een dure computerchip voor nodig. In
plaats daarvan is een aansluiting gemaakt waarop iedere
willekeurige mp3-speler kan worden aangesloten.
Ruimte
Voorin biedt de 107 veel ruimte, ook lange bestuurders zitten
hier prima. De stoelen, met geïntegreerde hoofdsteunen, zijn
aangenaam groot en ondersteunen de bestuurder goed. Ook op lange
ritten blijft de 107 daarom aangenaam. De rugleuningen keren na
opklappen om toegang te geven tot de achterbank helaas niet in de
vorige positie terug. Nadat een passagier heeft plaatsgenomen op de
achterbank, moet de rugleuning van de voorstoel iedere keer opnieuw
worden ingesteld. Op dit punt had de fabrikant beter niet kunnen
besparen, want dit is in de praktijk onhandig. Zowel de ruimte op
de achterbank als de bagageruimte zijn iets kleiner dan gemiddeld
in dit segment.
Alle beschikbare meters zijn gebruikt om volop ruimte voorin te
bieden. Wie uit een Peugeot 106 komt, zal de 107 voorin direct als
ruimer en moderner ervaren. Bij een ruim interieur hoort ook
bergruimte en daarin voorziet de 107 royaal. Helaas is het
dashboardkastje niet meer dan een uitsparing in het dashboard. Dat
is opnieuw handig om de kosten te drukken en verplicht de eigenaar
kostbaarheden uit de auto te nemen bij parkeren, maar soms is het
prettig eigenwijs iets achter te kunnen laten. De bekerhouders zijn
niet meer dan uitsparingen bij de versnellingshendel, maar voldoen
net zo goed als de listig uitklappende wondertjes in andere auto's.
Zelfs in een muntenbakje en een CD-rekje (4 stuks naast de
versnellingshendel) is voorzien.
|
De 107 is onder andere leverbaar met een door Toyota ontwikkelde
3-cilinder 1-liter benzinemotor. Vreemdgenoeg lijkt die motor
stiller en zuiniger te lopen dan in Toyota's eigen Aygo. Omdat de
techniek gelijk is, wordt dit verschil vooral verklaard door het
betere inrijden van dit testexemplaar.
De testauto is voorzien van een "2Tronic" automaat. Die
kent een automatische stand, maar laat zich indien gewenst ook
sequentieel schakelen. Net als bij de eerder geteste Toyota Aygo,
waar deze voorziening "M-MT" wordt genoemd, voelt de
automaat de bestuurder niet goed aan. Bij accelereren in
stadsverkeer duurt het vaak te lang voordat de automaat
terugschakelt, op de snelweg wacht de automaat storend lang met het
kiezen van de hoogste versnelling.
Daarom is het in de meeste gevallen prettiger om zelf
sequentieel te schakelen. Dit vraagt echter enige gewenning. Om een
hogere versnelling te kiezen, moet de versnellingshendel omlaag
worden geduwd, een lagere versnelling betekent een tikje omhoog.
Dit is hoe raceauto's schakelen, maar voor de gemiddelde
107-bestuurder is het onnatuurlijk.
Om te voorkomen dat de auto inhoudt tijdens het schakelen, is
het aan te raden de voet even van het gas te halen bij het wisselen
van versnelling. Kortom: als een automaat niet noodzakelijk is, dan
liever een handschakelende 107.
Motor
De prestaties van de 3-cilinder zijn redelijk. De beloofde
topsnelheid van 157 km/u werd bij lange na niet gehaald, iets boven
de 140 km/u geven de 68 paardekrachten de strijd op. In de stad
komt de 107 nooit vermogen tekort en is ook snel invoegen geen
probleem. In vergelijking met andere compacte auto's presteert de
107 per saldo iets minder. Het verbruik is echter opmerkelijk.
Zelfs met automaat zet de testauto een voorbeeldige 1 op 22,5 neer.
Niet alleen in aanschaf, maar ook in gebruik is de 107 dus uiterst voordelig.
De 107 is makkelijk te overzien (o.a. omdat het glas van de
achterklep zo groot is) waarmee parkeren kinderspel is. In druk
verkeer is de 107 uitstekend handelbaar en hier voelt de auto zich
merkbaar goed thuis. De stuurbekrachtiging, standaard op iedere
107, doet z'n werk zoals het hoort: alleen assisteren, maar niet
opdringen of het sturen gevoelloos maken. In vergelijking met
andere kleine auto's (Daihatsu Cuore, Suzuki Alto, Fiat Panda) ligt
de Peugeot 107 bijzonder rustig en stabiel op de weg. De wegligging
is prima en het is ook op de lange afstand lekker sturen met de 107.
Op het gebied van veiligheid is niet bezuinigd en zijn geen
compromissen gesloten. Iedere Peugeot 107 is voorzien van ABS en
twee airbags. Voor luxere XS varianten komen daar nog zij-airbags
en hoofdsteunen op de achterbank bij. In het dagelijks gebruik is
de Peugeot 107 compact en voordelig, maar nooit geeft de 107 het
gevoel van een Spartaanse of onvolwaardige auto. Kiezen voor de
Peugeot 107 betekent slim bezuinigen en dat heeft z'n charme.
Conclusie
De techniek en rijeigenschappen van de Peugeot 107, Citroën
C1 en Toyota Aygo verschillen nauwelijks. De keuze zal daarom
vooral worden beïnvloed door de vormgeving en de uitrusting,
want de basisuitrusting en prijsstelling verschilt per fabrikant.
Bij Peugeot is stuurbekrachtiging altijd standaard, maar
bijvoorbeeld een radio niet.
In de keuze voor een auto speelt ook het imago van een merk een
grote rol. Ieder van de drie bijna identieke auto's heeft toch een
eigen gevoel en eigen karakter. De Toyota Aygo is stoer en trendy.
De Citroën C1 is vrolijk en eigenwijs. De Peugeot 107 is een
echte charmeur met typische Franse flair.
|